Criteria voor toekenning kwaliteitskeurmerk voor bij- en nascholingsactiviteiten
x

Een bij- en nascholingsactiviteit kan worden voorzien van het kwaliteitskeurmerk indien hij voldoet aan de volgende eisen:

A. Vakinhoudelijke criteria

  • De inhoud van de scholing sluit aan bij de beroeps- en functie-uitoefening, afgeleid van het beroepsprofiel(en) en/of actuele ontwikkelingen in het werkveld/aandachtsgebied.

  • De scholing heeft een meerwaarde voor de beroepsbeoefenaar t.a.v. kennis, vaardigheden en/of attitude.

  • De scholing sluit aan bij recente ontwikkelingen in het vakgebied en in de gezondheidszorg.

  • De scholing sluit aan bij door de beroepsvereniging erkende (inter)nationale standaarden en/of richtlijnen en/of vigerende consensus afspraken.

B. Onderwijskundige criteria

  • Doelgroep is duidelijk beschreven.

  • Vereiste beginniveau is duidelijk beschreven

  • Leerdoelen en leerinhoud zijn beschreven zodat potentiële deelnemers direct kunnen zien of de scholing aansluit bij het door hen beoogde doel.

  • De inhoud van scholing is afgestemd op het doel van de scholing en de doelgroep.

  • De didactische vormgeving van de scholing is afgestemd op het doel van de scholing en de doelgroep.

  • De scholing stimuleert tot het reflecteren op de beroepsuitoefening.
  • De scholing wordt schriftelijk door de deelnemers geëvalueerd.
  • De eisen voor het uitreiken van een certificaat of een bewijs van deelname zijn beschreven.

C. Organisatorische criteria

1.      De beschrijving van de scholing bestemd voor toekomstige deelnemers bevat minimaal de volgende informatie:

  • Doel
  • Globale inhoud
  • Docenten
  • Leiding
  • Aantal contacturen
  • Totaal aantal uren studiebelasting
  • Didactische werkwijze
  • Wel of geen toetsing
  • Wel of geen certificaat / bewijs van deelname
  • Minimaal en maximaal aantal deelnemers
  • Kosten met beschrijving van wat wel/niet is inbegrepen
  • Plaats
  • Data
  • Organiserende instelling met telefoonnummer
  • Regelingen voor aanmelding
  • Regeling voor afmelding
  • Regeling voor betalingen

 2.      De accommodatie, de verzorging van de deelnemers en/of overige organisatorische aspecten hebben geen negatieve invloed op het leerproces van de deelnemers.

 3.      Na afloop van de scholingsactiviteit wordt schriftelijk geëvalueerd. Voorbeelden voor evaluatievragen zijn: 

Vakinhoudelijke aspecten

  • Sloot het niveau (moeilijkheidsgraad/diepgang) van de scholingsactiviteit aan bij uw beginniveau?

  • Heeft u nieuwe kennis opgedaan?

  • Heeft u nieuwe vaardigheden verworven?

  • Was er aandacht voor recente ontwikkelingen binnen het vakgebied?

  • Kunt u datgene wat u heeft geleerd toepassen in uw huidige of toekomstige beroeps- en/of functie-uitoefening?

  • Sloot de scholing aan bij de door de beroepsvereniging erkende (inter)nationale standaarden en/of richtlijnen en/of vigerende consensus afspraken.

    Onderwijskundige aspecten
  • Was het doel van de scholingsactiviteit vooraf duidelijk?

  • Kwam de samenstelling van de deelnemersgroep het leerproces ten goede?

  • Kwamen de werkvormen het leerproces ten goede?

  • Beschikte(n) de docent(en) en /of spreker(s) over de benodigde didactische vaardigheden?

  • Vond u het scholingsmateriaal overzichtelijk?

  • Bood het scholingsmateriaal ondersteuning in het leerproces?

  • Was de eindtoets een afspiegeling van de leerstof?

  • In welke mate kwam de studiebelasting overeen met de geschatte studielast?

  • Kreeg u de mogelijkheid eigen casuïstiek/praktijk in de brengen?

  • Werd u gestimuleerd te reflecteren op uw huidige werkwijze in de praktijk?

  • Werd u gestimuleerd concrete voornemens te formuleren tot verbetering van uw beroepsmatig handelen?

Organisatorische aspecten

  • Geef uw oordeel over de informatie omtrent deelname, tijdstip, locatie, voorwaarden etc. voorafgaand aan de scholingsactiviteit.
  • Wat vond u van de organisatie tijdens de scholingsactiviteit (denk aan accommodatie, bereikbaarheid, kwaliteit van de opleidingsruimtes, aantal en duur van pauzes, cursustijden etc.)